De als Coupé en Spyder verkrijgbare Aileron is vernoemd naar de stuurklep op
de vleugel van een vliegtuig. Daarmee legt de fabrikant een link met
het verleden, toen het oorspronkelijke Spyker ook vliegtuigen produceerde.
Die roemruchte historie komt trouwens in meer elementen terug, zoals bij de
wielen en de verschillende luchtsleuven en -roosters in flanken en
dashboard, die de vorm van een turbinewiel hebben.
Tijdperk
Het nieuwe, liefst €329.677 kostende model markeert een volgend tijdperk voor
de vaderlandse sportwagenfabrikant. Het is namelijk de eerste 'serie-Spyker'
die je met automatische transmissie kunt bestellen. Verder besteedt Spyker
de productie uit aan het Engelse 'Coventry Panels'. Dat bedrijf vervaardigde
al tal van componenten voor het merk, maar zet de Aileron nu zelfs volledig
in elkaar. Het ontwerp van de auto komt van Spyker-topman Victor Muller. Hij
gaf de Aileron een boller koetswerk met scherp gelijnde koplampen, ronde
luchtinlaten in de achterschermen en een vlakke achterzijde met
geïntegreerde achterspoiler. De combinatie lichtunits met ledtechniek en
grote grille geven de Aileron een zeer krachtig voorkomen, een tikkeltje
agressief zelfs. Gevoel voor detail kenmerkt ook deze Spyker-creatie, zoals
de fijne louvres in de neus, de aluminium splitter en diffusor, het glazen
dak met aluminium omlijsting en de prominent in het zicht geplaatste
luchtinlaten met chromen ring. Zelfs de tankdop is een groot Spyker-logo.
Bombastisch
Binnenin trekt de fabrikant die fijne detaillering door. Vooropgesteld: je
moet van de toch wat bombastische uitstraling houden, maar onderscheidend is
het zeker. De vele aluminium schakelaars op het dashboard maken het geheel
echter niet tot een wonder van ergonomie. Zeer fraai is verder het
stangenstelsel waarmee je de automatische transmissie bedient. Toegang tot
het interieur krijg je door elektrisch ontgrendelende vleugeldeuren. Ze zijn
uitermate licht en gemakkelijk in gebruik. Schuif vervolgens over de brede
dorpel en je hebt het leren stuurwiel in handen. Het zit allemaal vrij nauw,
maar claustrofobische gevoelens worden weggenomen door de glazen dakpanelen.
Maar je moet voor de Aileron niet al te lang zijn, want dan kijk je continu
tegen de voorruitstijl aan.
Centraal op het dashboard prijkt een rood afdekkapje. Klap dat naar boven,
klik de schakelaar daarachter om en de startknop wordt geactiveerd. De 4,2
liter V8-motor (van Audi), goed voor 400 pk, laat zich dan horen alsof hij
bruusk uit zijn slaap is ontwaakt. Rauw en met een ferme brul. De Aileron is
niet zo technisch perfect als een Aston Martin, een Ferrari of een
Lamborghini. Hij voelt ook niet zo verfijnd aan en je hoort bijgeluiden,
maar dat de Spyker een volledig eigen karakter heeft staat buiten kijf. Hij
is puur en ongefilterd. We tasten even af hoe het vermogen op de
achterwielen wordt losgelaten. Per kilometer neemt het vertrouwen toe en
laten we de bak sneller terugschakelen. Hij is misschien wat
'spoorgevoelig', als gevolg van de enorme, 29,5 cm brede achterbanden, maar
verder ligt de Coupé zeer stabiel op de weg en is het onderstel niet keihard
afgeveerd. Je dirigeert de Aileron precies zo door de bocht als je wilt.
Achter het stuurwiel bevinden zich de schakelpeddels voor de automatische
transmissie. In de S-stand schakel je de bak sequentieel, in Drive neemt de
elektronica het initiatief. De bak laat de achtcilinder lage toeren draaien,
maar schakelt desgewenst accuraat terug. Bij volgas versnelt de Aileron mooi
lineair, maar een echte trap in de rug ontbreekt en hij kwispelt ook geen
moment met zijn staart om te tonen dat de achtersteven op uitbreken staat.
Hij is zonder meer rap, want een topsnelheid van 300 km/u en nul-tot-honderd
in 4,5 tellen is zeker niet niks. Maar de 1425 kilo wegende supercar voelt
ook niet meteen razendsnel aan. Het is een heerlijke, heel snelle
sportcoupé, waarmee het mooi flaneren is op de boulevard. Geen Ferrari,
Bugatti of Lamborghini, maar een échte Spyker. Met zijn eigen, puur
Nederlandse, pracht en praal.